terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug

Waterhulp

Tijdenlang in wachtstand, onverplaatsbaar, passief, besluiteloos, bijna vloeibaar. Dan weer uitbarstingen van roekeloze, ongetemde energie. Labiel zwenkend tussen diep, donker duister en een en al helderheid. Al naargelang een ander jou bewoont, hoe heftiger de emoties wisselen en je op den duur jezelf verliest. Ik ga zwemmen. Water verdunt de dingen, harmoniseert. Water laat lichte dingen drijven en gewichtige zaken zinken. Water kan dorst lessen, verlangens stillen. Water dwingt tot overgave. Verzet is zinloos, uitputtend tot je je er wel bij moet neerleggen. Alle gedachten stromen weg. Terug naar het pure zijn van zintuigelijke ervaringen. Alles lost op en loopt in elkaar over. Water heeft geen geheugen. Als je je hand erin steekt maakt ze plaats, maar zodra je je weer terugtrekt sluit zij zich weer, alsof er nooit iets gebeurd is. Haar onverschilligheid is geruststellend, relativeert. Water verandert voortdurend en is een plaats, waar je iedere vorm van vastigheid verliest. Dat kan bedreigend zijn, maar tegelijk is de zee de meest intieme ruimte die je kan indenken. Volgens cultuurfilosoof Peter Sloterdijk (1947 Karlsruhe Duitsland) zoeken we daar de bescherming van het baarmoederbestaan van toen we nog als foetus in een binnenzee van vruchtwater rondzweefden. Op die manier creëer je schootverhoudingen en ervaar je een soort samenzijn. De mens is een wezen, dat omcirkelt wilt worden. Iedere vorm van samenleving noemt hij in principe utero-technisch.
In the flow ben je vrij van angst, maar moet je ook vrij van verlangen worden. Wie onderduikt moet de intentie hebben weer boven te komen. Water maakt zweven mogelijk en is daardoor genezend.
Water zuivert. Niet alleen vanbuiten, maar ook vanbinnen. Niet alleen het lichaam, ook de geest wordt opgeschoond. Zoals dopen een vorm van hoop is, denken dat iets bereikbaar is ook al besef je dat het misschien niet zo is, zo wordt water ook vaak symbolisch gebruikt in rituelen. Zoals je niet alleen het vuil van je handen, maar ook je zonden wegwast, geld witwast en naar kennis dorst.
Als de aarde een lichaam is, zijn de wateren haar bloedvatenstelsel en mist en nevel het zweet van de aarde. Water leidt een zwerversbestaan, is voortdurend onderweg, moet ademhalen en voeding tot zich nemen. Water leeft, is ongrijpbaar, letterlijk niet vast te pakken, gaat alle kanten op, dringt overal in door. Ze heeft zoveel gezichten. Haar stem klinkt anders langs de rivieren dan aan zee. Een zeeman beseft als geen ander wat thuis betekent, een droeve fictie. Hij is kritisch, wantrouwend, een buitenstaander. En de anderen, zij vertrouwen de avontuurlijke zeeman niet. Wie zichzelf wilt kennen, moet waterig denken.
Toen een jonge vrouw zomaar onvoorbereid meeging op een zeiltocht de grote oceaan over, vroeg haar zus of ze een flesje water van rond de evenaar wilde meenemen. Maar kan water zelf eigenlijk wel een plek zijn? Alles stroomt immers, denkend aan het Panta Rei-principe dat je nooit twee keer in dezelfde rivier stapt. Kan water een ding zijn? Kun je water verzamelen? In Engeland bestaat een watermuseum met een wel heel bijzondere collectie, bijvoorbeeld het badwater van een vrouw, die voor het eerst met haar twee weken oude baby in bad ging. En miljoenen jaren oud water van de Zuidpool -van ijs kun je namelijk radioactief de leeftijd vaststellen.
Maar water blijft kameleontisch en neemt de kleur van de hemel aan.
Water waaiert uit, vertraagt, doet haren anders wapperen dan de wind, brengt alles in beweging. Als je zwemt bepaalt de gewichtsloosheid het genotsgevoel, maar ook het grenzeloos zijn, dat opgenomen worden in het grote geheel. Het moment dat een druppel valt en vervolgens het wateroppervlak doet uit rimpelen.