terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug

                    e e n   m e n s





                            
                            Insomnia   Margriet Luyten 

Een mens, niet de mens, want dan zet je hem als het ware op een voetstuk, apart van de rest van de natuur. Terwijl je (althans ik) juist in het opgaan in het grote geheel, in het verliezen van jezelf de zin van zijn ervaart. En misschien ook wel de zin in zijn. Misschien is het voor de meeste mensen vreemd om een tentoonstellingsreeks met de dood te beginnen. Maar naast dat de Bewaerschole kinderopvang was heeft deze ruimte ook een tijd dienst gedaan als mortuarium. Juist in het zich bewust zijn van zijn eigen eindigheid onderscheidt de mens zich van zijn mede aardbewoners. Dat maakt een mens tot mens. Ook slapeloosheid, je zorgen maken en piekeren is een mens eigen. Ons bewustzijn veroorzaakt een hoop ellende, maar stelt ons ook in staat ons te verbazen, te verheugen, te verwonderen, te verlangen, te verzwijgen, te vergeten en ................. te veranderen. In religies wordt de dood bijna altijd gezien als een nieuw begin. Maar bij de filosofen wordt juist onze eindigheid de drijvende kracht achter het leven. De Engelse filosoof Alfred Noth Whitehead zegt dit op een psychologische manier “organisms without death have no individuality”. Met andere woorden wij worden pas mens dankzij onze sterfelijkheid. Daarmee kunnen we die dood tot een positieve ervaring maken.

Laatst vertelde iemand mij een verhaal. Hij stond op een brug over een snel stromende rivier en besefte opeens dat datgene wat nog komen moest, de toekomst, eigenlijk achter hem lag en dat wat geweest was, zijn verleden, eigenlijk voor hem..........
Zo is dat ook meteen symbool van de kringloop van het leven zelf.

De eerste keer dat ik werk zag van Margriet Luyten is nu ongeveer 10 jaar geleden in het Germinahof in Sterksel, een kunstenaarsinitiatief in Brabant. In een oude boomgaard hingen tegen de stammen van de bomen kleine bronzen bedjes, waaruit cactussen en hertengeweien schenen te groeien of een giraf die zijn nek uit stak. Speelse fantasievolle droombeelden.

Toen ik zeven jaar later weer werk van haar zag waren het gomdrukken, die zij had gemaakt n.a.v. een reeks foto’s over het stervensproces van haar hoogbejaarde moeder. Eerst zag ik weinig relatie met de eerdere bedjes. Toch is die er wel degelijk. Zowel bij het sterven als met het in slaap vallen is er overgave nodig. Overgave om in een andere wereld terecht te komen. Iedere avond weer passeren wij die grens van ons bewustzijn. Dat maakt Margriet Luyten bij uitstek de kunstenaar om dit project mee te beginnen.

Gedurende drie jaar fotografeerde Margriet de laatste levensfase van haar moeder die in 2004 op 95-jarige leef-tijd overleed. Margriet koos voor een zeer bewerkelijke oude fotografietechniek, de gomdruk. Het papier moet allerlei bewerkingen ondergaan en telkens weer kan de kunstenaar beslissingen nemen, wat de intensiteit van de beelden alleen maar vergroot. Maar ook maakt die traagheid van de techniek de indringende beelden nog kwetsbaarder, bijna aarzelend in hun zachtheid. Het sterven van een moeder is iets waar je veel tijd voor nodig hebt; een moeder, jouw moeder heeft immers het eeuwige leven. Is zij gestorven dan is de volgende generatie, dan ben jij zelf, aan de beurt. En dat is iets waar we maar niet aan kunnen wennen. Dat de dood zo dichtbij komt.

Het is eigenlijk wel raar, dat wij met het grootste gemak het sterven van een mens op voorpagina’s van kranten en op de televisie accepteren maar dat sommigen de intimiteit van de foto’s van Margriet bedreigend vinden. Wat zij wil is niet de hardheid van de dood tonen, maar de dood in harmonie met het leven.

Margriet Luyten bleef na de dood van haar moeder het verpleeghuis bezoeken en raakte steeds meer gefascineerd door de wereld van oude mensen. Ze plaatste een oproep in het Brabants Dagblad om hoogbejaarden (95+) te kunnen fotograferen. Zij vroeg hen ook om een foto van vroeger (rond de leeftijd van 18/20 jaar) en in die combinatie van net volwassen en heel oud, tekent zich het hele leven af. De geportretteerden voelden zich sterk bij haar project betrokken: voor even waren zij nodig, voor even werden zij weer íemand. Is dat niet wat kunst kan doen, voor even iets uit de vergetelheid onttrekken en voor zolang het duurt eeuwigheid schenken. Wie herinnerd wordt leeft voort in de hoofden van anderen en is daarmee toch een stuk minder dood.

Toen ik haar benaderde om iets in de Bewaerschole te doen, was Margriet net begonnen aan haar derde project over de dood: Insomnia. Insomnia betekent slapeloosheid en refereert aan het gedicht van J. C. Bloem, dat begint met de regels: “Denkend aan de dood kan ik niet slapen en niet slapend denk ik aan de dood”. Als de dood een eeuwige slaap is zou het leven dan niet een vorm van slapeloosheid zijn?

Margriet maakt opnieuw gebruik van post-mortem portretten van kinderen uit de vorige eeuw, toen kindersterfte nog vrij vaak voorkwam. De eeuwige slaap zoals de dood ook wel eufemistisch wordt genoemd heeft zich meester gemaakt van deze kinderen. Wat is er erger dan een kind te moeten verliezen? Sterven is een werkwoord. Dat doe je niet zo maar. Dat heb ik het afgelopen jaar ook in mijn eigen directe omgeving ervaren. Hoe een nichtje, de dochter van een zus van mij, na bijna een jaar lang in een hospice tussen leven en dood heen en weer gefladderd te hebben, eindelijk stierf. Bij oude mensen is de overgang tussen leven en dood soms heel geleidelijk. De mens lost op en verdwijnt dan langzaam op zo’n natuurlijke wijze, dat de overgave iets moois krijgt, iets onschuldigs bijna. Maar bij het sterven van een kind is er geen logica. Dan is de behoefte aan troost zo groot.

En dat is wat Margriet Luyten doet in haar werk, het zijn beelden vol tederheid en mededogen. Beelden van troost. Op een indringende en toegankelijke manier toont zij hoe de dood aanwezig is in het leven. Doodsportretten zijn portretten uit het schemergebied, het tijdvak tussen overlijden en het sluiten van de kist. Het ware doodsportret heeft daarom een zekere band met het leven. Het lijkt alsof de dood nog iets aan de persoonlijkheid toevoegt

Door de manier waarop zij de werken heeft opgehangen lijken de beelden los te komen van de muur om bijna door de ruimte te gaan zweven, wat versterkt wordt door de hemelsblauwe kleur. Als je het woord cyanotypie letterlijk vertaald betekent het blauwdruk, het grondplan in de bouw of het DNA van iedere cel. In ieder geval de plaats waar alle gegevens al liggen opgeslagen, ons lot al is bezegeld. Onze dood, dat is het enige wat vanaf onze geboorte vaststaat. Hoe en wanneer is nog niet te zeggen, maar dat we doodgaan is zeker. Het is een hele mooie en heldere manier om onze dood via de cyanotypie te verbeelden. Door het grote contrast tussen doortekening in de donkere gedeelten en licht lijken de gestorvenen als het ware op te lossen, aandachtig verdwijnen.

Tijdens de voorbereidingen voor de tentoonstelling van Margriet las ik een geboorte- of was het een overlijdens-advertentie? Het was eigenlijk beiden in één. Het betrof een tweeling, twee jongetjes waarvan de één tien minuten en de ander een half uur had geleefd. Onder hun namen met de gegevens van geboorte en overlijden stond met grote letters; Zij zijn geboren. Zij zijn gestorven. Zij hebben geleefd. Deze tentoonstelling is eigenlijk ook een eerbetoon aan alle te vroeg gestorven kinderen, die dit helaas in hun blauwdruk hadden staan.

 

                                                       
Dromen voor mijn zoon Barbara Guldenaar

Haar zoon heet Zap van het werkwoord zappen, van het ene beeld in het andere overspringen. En zo zijn ook haar geschilderde tekeningen, vol verwondering. Bijna organisch groeit de voorstelling. Ze werkt heel associatief en intuïtief. Het zijn een soort aantekeningen over het leven, haar eigen leven, een persoonlijk archief van dromen en fantasieën. Maar ook van concrete zaken, die in haar dagelijks leven gebeuren. Een enkele keer is een krantenfoto de aanleiding voor een tekening zoals bij de motorrijder die zijn hand in een vreemde rode vorm steekt 43 dit gaan we niet aan iedereen uitleggen hoor Maar vaker zijn het de belevenissen met of van haar kinderen 55 er zit echt een monster onder mijn bed Hun vragen of mogelijke vragen 01 hoeveel vogels passen er in een boom 54 wanneer is het een koe Of zijn het haar eigen vragen misschien? 32 hoe vaak kun je een orakel raadplegen? Soms zijn het bijna filosofische vragen of uitspraken die je aan het denken zetten. Ook hebben vele titels te maken met haar afkomst, het gemengde bloed van haar voorvaderen. Iets wat Barbara, sinds ze zelf kinderen heeft, ook heel erg bezig houdt. 03 zelfportret met chinees bloed 12 ga maar Over tedere zorg en loslaten. Hoe dat eigenlijk al bij de geboorte begint, in kleine stapjes 44 wat ben jij? Dat zegt dan een beer tegen een koppoterbeer, beide heel lineair getekend. De verwantschap is duidelijk, maar het mysterie onopgelost. Zoals ook bij 56 herrie aan het firmament Een patserige vogel die zijn boom verbouwt.
Het zijn trouwens telkens dezelfde takjes die in verschillende tekeningen voorkomen, de heilige houtjes van Zap. Door te tekenen geeft Barbara vorm aan haar leven. Tegelijkertijd is het voor haar een middel tot communiceren en daardoor ook noodzaak. In tegenstelling tot de eerste tentoonstelling van deze reeks over een mens met de verstilde post-mortem portretjes van Margriet Luyten is de tentoonstelling van Barbara Guldenaar één groot kleurig feest waar het leven volop wordt gevierd. De titels van haar werken dragen daar zeker aan bij. Toen ik ze kreeg doorgemaild in verband met de looplijst vond ik dit zo’n geweldig woordfeestje dat ik hier nog enkele wil citeren:
22 hé psst, zal ik een liedje voor je spelen
24 de maan gaat met ons mee
11 nog even snel een zoete herinnering
39 bloesem en fruit zijn dit jaar tegelijk gekomen
09 vergis je niet, het is niet wat je ziet
30 het kan echt mis gaan in een wensbol
08 als zon en maan in een baan staan
25 ergens diep in de bast van mijn vader
10 ze stinkt maar dat geeft niet
20 welkom in het hiernamaals
35 schuilhuis zonder licht
04 perfetto mi amore (we hebben het goed gedaan liefje)
48 das blaue hinein kun je zelf maken
46 boegbeeld verlijert }
47 kijk nou
50 het is goed
51 kom maar op mijn schaduw wacht niet!
53 geluk zit in een klein hoekje gelukkig te zijn
57 volgende keer neem ik wat lekkers voor je mee
58 duwen trekken blaffen...wil je mijn vriendje zijn!

Ik ken Barbara al jaren, maar ontmoet hebben we elkaar niet vaak, puur door praktische omstandigheden. Toch heb ik het gevoel dat zij een echte vriend is en dat is fijn. Daar kan je er nooit genoeg van hebben. Als je met haar door de duinen loopt is het leven een groot avontuur: je sluipt over de steppe en beklimt bergketens. Samen in een struikje zittend je zorgen makend om de dampen die van onze bezwete lijven opstijgen en als rooksignalen ons misschien alsnog aan de boswachter verraden. Luid zingend op het strand de regen verdrijven. Wat is er heerlijker dan je volop aan het leven over te geven, genotvol kreunend bij iedere hap. Zo is Barbara, vol positieve energie, die ze ook met anderen wilt delen. Zo gul is ze ook in haar prachtige tekeningen. Ze verwent je met een enorme rijkdom aan kleuren en kalligrafische penseelstreken.
Nog voordat ik besefte dat de opening van Barbara’s tentoonstelling op moederdag zou vallen wist ik wel al dat ik het over het moederschap wilde hebben. Barbara was al moeder voor ze kinderen had. Ik weet nog goed hoe zij voor mij zorgde. De eerste keer dat wij elkaar tegenkwamen in 1999 in Eindhoven bij het project artist village. Kunstenaars uit allerlei disciplines waren voorgedragen door diverse kunstinstellingen en uitgenodigd om groot grafiek te maken. Ik was door kunstenaarswerkplaats Beeldenstorm, waar ik vaak in brons werk, voorgedragen. Ik had nauwelijks ervaring met grafiek en vond het moeilijk me te handhaven met een nieuwe techniek binnen een grote groep onbekenden. Barbara had net de academie verlaten. Toen ik weer eens liep te stressen, omdat de tafel waar ik al mijn spulletjes op had uitgestald, opeens door een ander in beslag was genomen en Barbara dat zag, sleepte ze een matras naar buiten (we sliepen in containers op het Lichtplein in het centrum van Eindhoven) in het zonnetje en zei tegen mij: “kom teja, ik ga jou iets moois voorlezen”. Wat is er heerlijker, dan dat een ander de verantwoordelijkheid voor jouw welzijn overneemt. Dat is pure moederliefde.
Begrijp me niet verkeerd, ook mannen zijn daartoe in staat en moeder wordt je niet door een kind te baren. Zo eenvoudig ligt dat niet. Ik vond het zelf een zeer ingrijpende ervaring, die verantwoordelijkheid voor een ander. Natuurlijk geldt dat in zekere mate voor elke relatie, maar normaal gesproken is een relatie ook iets waar van twee kanten aan wordt gewerkt. Maar bij een kind is dat anders. Die is volkomen van jou afhankelijk, niet alleen wat betreft zijn fysieke gezondheid en of hij wel goed groeit, maar ook wat betreft zijn geluk.Onze oudste was vanwege stofwisselingsproblemen een huilbaby en hoe ik ook mijn best deed, hij bleef huilen. Dat heeft me lang weerhouden het nog eens aan te durven tot hij begon te praten en communiceren. Hij werd mijn beste vriend en toen Johanna kwam ontdekte ik dat een baby ook stralend kon zijn en daar eigenlijk heel weinig voor nodig was. Het relativeerde mijn inbreng. En ook dat was iets wat ik moest leren. Kinderen weerspiegelen jouw gedrag. Ze stellen vragen. Die verwondering en verse blik zie je ook in het werk van Barbara. Zij is moeder en kind tegelijk, de speelse gedachtesprongen, die -als kwikzilver steeds veranderend- alle kanten op gaan. Ze geeft zich bloot met een intensiteit die haar eigen is.
Haar innerlijke wereld maakt me blij.

 

                                                       
                                                       Portretten     Christian Wisse 

Christian Wisse houdt erg van klei en is een keramiste in hart en ziel. Dat zie je ook in elk beeld. De wijze waarop ze zijn gemaakt. Het werkproces is nog duidelijk zichtbaar in de sporen van haar knedende vingers. Het zachte en weke van de klei, organisch groeiend van beneden naar boven, van binnen naar buiten. Niet alleen letterlijk van binnen uit gemaakt, maar ook figuurlijk van binnen uit gevoeld.

De tentoonstelling in de Bewaerschole bestaat uit een serie grote portretten. Christian heeft een fascinatie voor de veelvormigheid van een hoofd terwijl deze tóch uit maar een aantal elementen is opgebouwd. Maar in de uiterlijke variatie is zoveel te ontdekken en ook zoveel mee uit te drukken dat er ook onmiddellijk veel van de binnenkant zichtbaar wordt. Aan bepaalde trekken is al iets van een stemming of karakter af te lezen. Het boeit haar om binnen, en vooral ook mét dat vaste vormgegeven van kop, mond, ogen, kin, wangen en haren die verschillen en variatie te maken. Niet alleen vanwege het uiterlijk, maar juist vanwege het innerlijk.

En hoewel sommige beelden bijna abstract aandoen, komt de noodzaak het werk te maken toch voort uit de directe relatie met de werkelijkheid. Het zijn mensen zoals wij allemaal. Dat maakt dat het toch heel dichtbij blijft. Uiterlijk en innerlijk. De wereld in je hoofd, je gedachten. Hoe toont zich dat? Kan zich dat wel tonen? Wat zie je van de binnenkant aan de buitenkant? Misschien is het niet anders dan dat zij probeert een kopvan een mens te maken met een aard, een karakter, een gezicht. Dat kun je een portret noemen, een kop verbonden aan een persoonlijkheid. Een mens, een volwaardig mens. Een mens in zijn waarde.

Toen ik bij haar op atelierbezoek was moest ik denken aan de tuinen van Bomarzo, een beeldenpark uit de 16e eeuw in Italië, dat ik dit voorjaar heb bezocht. Tussen de weelderige begroeiing ontdekte je portretten van mens- en dierfiguren, meer dan levensgroot. Heel anders gemaakt dan hoe het werk van Christian tot stand komt. Ter plekke gehakt uit enorme rotsblokken die daar al in het landschap verspreid lagen. Maar met een zelfde sfeer, een zelfde soort weekheid. Daar veroorzaakt door de erosie van het zachte gesteente. Het geeft de beelden een zelfde ongrijpbare melancholie. De dikke lagen mos versterken dat zoals bij Christian het verweerde uiterlijk en de glazuren dat ook doen. Haar beelden zijn niet voor niets voornamelijk in groene tinten. Het schept een wereld van oer, oerwoud of diepzee taferelen. Een ver verleden dat tot leven komt met een enorme potentie. Je hoeft je maar om te draaien en ze zijn veranderd. Soms zijn de figuren gereduceerd tot een enkel gebaar. Is het drama enkel nog een soort stromen, wortelen of groeien. De tuinen van Christian.
Naast haar werk als kunstenaar is Christian namelijk ook hovenier en dat is duidelijk in haar keramische beelden terug te zien. Haar beelden gedragen zich ook als planten. In een groep bijeen lijken ze zich naar elkaar te voegen om ieder licht op te vangen. Een mooi wild boeket persoonlijkheden.

Daarnaast is ook het tragische van de mens nog steeds in haar werk aanwezig. In 1997 namelijk maakte Christian naar aanleiding van krantenfoto’s van huilende mensen een serie meer dan levensgrote portretten over verdriet. Huilende gezichten van gewone mensen, als helden neer-gezet. De mens met zijn zorgen en goede bedoelingen, zijn tekortkomingen en onvermogen. Hoewel de portretten nu minder realistisch zijn en zich minder snel laten kennen zijn ze nog steeds vol van emoties, verwrongen, pijnlijk. Ze doen grotesk aan net als de beelden in het parco di monstri in Bomarzo. Het park van de monsters. Dat klinkt ook onmiddellijk als een oordeel. Altijd al werden mensen met een afwijkend uiterlijk gediscrimineerd. En hoe sterk mensen ook nu nog elkaar op het uiterlijk beoordelen, komt tot uitdrukking in televisieprogramma’s zoals extreme make-over. Alles is maakbaar tegenwoordig, zelfs het eigen lichaam. En als je je niet aanpast of op zijn minst probeert aan het ideaal te voldoen zou je je eigenlijk moeten schamen. Maar je kiest niet voor harige bokkenpootjes of een kaal hoofd op je dertigste om maar eens een paar onschuldige voorbeelden te noemen. Christian laat zien hoe verschillend mensen zijn zonder een oordeel te vellen over wat normaal is of abnormaal, over wat goed is en wat slecht. Vaak kan je er ook weinig aan doen of je groot en dik bent of juist het tegenovergestelde, of je huid donker is of licht, of je scheel bent of helemaal onder de sproeten zit.Christian vergroot het afwijkende door mensen te tonen die vaak allerlei lichaamsdelen missen, monsterlijke wezens gereduceerd tot een archetype. Maar doordat ze een gezicht hebben voel je je als toeschouwer onmiddellijk betrokken. Dat roept allerlei tegenstrijdige emoties op van afschuw tot mededogen. Maar het onbeholpene heeft ook iets aandoenlijks zoals de koppoter van een kindertekening. En tegelijkertijd heeft deze absurde lichamelijke imperfectie ook iets esthetisch, prachtig van kleur en materiaal met een enorme beheersing van het vak keramist. De figuren zijn sterk, ze schamen zich niet. Hoe kwetsbaar ze ook aandoen, ze blijven zichzelf en zijn onschuldig dankzij het vertrouwen dat ze uitstralen.
De beelden van Christian Wisse zetten je aan het denken over hoe wij als mensen met elkaar omgaan.

 

                                                        
                                           Expectations Past, Present, Future     Eveline van Duyl 

Van oorsprong is Eveline van Duyl beeldhouwster van meer dan levensgrote mensfiguren, waar altijd iets mee aan de hand is. Meestal voelen ze zich niet erg lekker om dan toch, weer volkomen onverwachts, heel krachtig uit de hoek te komen. Kwetsbare figuren, gemaakt uit allerlei verschillende, vaak gerecyclede materialen. Materialen met een geschiedenis; oude kleding, een rolstoel, delen van een piano -wat meteen iets vertelt over het formaat van haar beelden. Aan elkaar gelast, geplakt, genaaid, opgevuld. Soms herinnerend aan de skeletten in natuurhistorische musea. Maar net als bij het oude behang, dat ze regelmatig in haar werk gebruikt, is er sprake van een enorme gelaagdheid. De betekenis is niet direct afleesbaar. Zowel bij haar beelden als ook nu weer in de foto’s als achtergrond, gebruikt ze gordijnen en behang met motieven uit een bepaalde periode dat een vervreemdende sfeer oproept. De oudere dames zijn geportretteerd in de Ikea-achtige gedesignde omgeving van het bejaardentehuis. Een plek die niet meer van hen is. Waar ze eigenlijk niet meer thuis horen. Zo heeft Eveline bij de jonge meisjes juist gekozen voor een entourage van tapijten en gordijnen, die eigen-lijk bij een verleden horen, net als de trouwjurken van hun moeders of oma’s; ze passen hen nog niet.

In deze fotoserie Expectations Past, Present & Future is de betekenis gemakkelijker te achterhalen dan bij de beelden. Het zijn onze dromen geprojecteerd op het huwelijk, het centrale punt van ons leven. Hier krijgt de liefde gestalte; hier wordt onze voortplanting bepaald. Dit is het punt waar we naartoe leven en hier vandaan zal de rest van ons leven zijn vorm krijgen. Het hebben van verwachtingen is een typische menselijke aangelegenheid. Dat het gras toch iets minder groen is dan verwacht, daar heeft de koe ogenschijnlijk weinig last van. De keerzijde van verwachtingen zijn teleurstellingen en ook die horen bij het leven als mens. Maar samen maken ze het ook mogelijk de werkelijkheid te relativeren en af en toe te ontsnappen. Een beetje weg-ver-wachten als je in de wachtkamer bij de tandarts zit of in andere situaties, waar je eigenlijk liever niet had willen zijn. Maar het verwachten kan de boel behoorlijk stagneren zoals bij de puber, die de bank niet af te branden is. Of het kan de oudere mens juist doen wegglijden in herinneringen. Zou het hebben van bepaalde verwachtingen ook biologisch bepaald zijn en daarmee ook verklaren waarom juist vrouwen dromen van trouwen? Of komt dat hier nu vooral door de keuze voor de metafoor van de bruidsjurk?

Over precies één week trouwt mijn zoon. Dezelfde, die er ook voor zorgde dat Rinie en ik 22 jaar geleden trouwden. Hij was 4 en de kleuterjuf ging trouwen. Het werd natuurlijk HET onderwerp van gesprek en goede argumenten om het niet te doen hadden we eigenlijk ook niet. De televisie, het cadeau van opa en oma, was doorslaggevend. In mijn tijd trouwde je namelijk niet, zonde van het geld en als het dan niet meer goed zou gaan hielp zo’n jurk toch ook niks. Je ging met je verkering samenwonen. En eerlijk gezegd vond ik trouwen ook best eng. Je belooft iets en dat schept verwachtingen. Op eens ben je dan niet alleen verantwoordelijk voor je eigen verwachtingen, maar ook nog eens voor die van een ander.
Toch heb ook ik ooit een trouwjurk gekocht op het Waterlooplein. Een lange jurk met aan de voorkant vanaf hals tot voeten een lange strook kant. Er zat een onderjurk bij, maar het kant was van onder tot boven opengescheurd. Iets wat natuurlijk de wildste fantasieën opriep. En juist daarom kocht ik die jurk. Ik herstelde de scheur en droeg de jurk bij de diploma uitreiking op de Rietveld en voelde me geweldig begeerlijk, de illusie van onweerstaanbaar aantrekkelijk. Toen ik slaagde vroeg mijn kunstgeschiedenisleraar mij of ik nu tevreden was. Ik vond dat maar een rare vraag. “Hoezo? Als je tevreden bent ga je dood”. Tevredenheid had voor mij de betekenis van geen verwachtingen meer hebben, klaar zijn.

Hoe zie je de toekomst als je oud bent en je actieve jaren voorbij zijn? Als de hoeveelheid nieuwe ervaringen steeds meer afneemt nemen dan ook je verwachtingen af? Dromen we dan enkel nog van ons voorbije leven? Van onvervulde verlangens....? Of van de naderende dood...? Dromen blijven we waarschijnlijk altijd doen; hopen eigenlijk ook. Onze dromen en onze wensen zijn bijna altijd zo veel groter dan de werkelijkheid. Velen dromen van de ‘grote liefde’. Altijd vol passie en romantiek, zonder conflicten. We dromen van zelfverwerkelijking; van grootse prestaties, beroemd worden, succes. De aard van de verwachtingen worden waarschijnlijk toch ook wel door zoiets als leeftijd of geslacht bepaald. Eveline is vrouw en ook zij droomde van trouwen met haar grote liefde in de mooiste trouwjurk die je maar kunt bedenken. Vanuit die dromen heeft zij deze serie foto’s gemaakt. Toch lijkt er iets bij de foto’s, net als bij haar eerdere beelden, niet helemaal te kloppen. En als je goed kijkt zie je bij de foto’s van de uitnodiging hoe bij het jonge meisje de jurk op haar rug bij elkaar getrokken is om haar nog onvolgroeide lichaam. Ook haar dromen en verwachtingen zijn waarschijnlijk veel groter dan de werkelijkheid. Bij de oudere dame in rolstoel zie je op eens dat de jurk op haar kleding is gespeld. De door ouderdom en ziekte gekromde handen liggen in haar schoot terwijl de mouwtjes er losjes overheen gedrapeerd zijn. Je kunt nog net een glimp van haar armen opvangen. De lijfjes van de trouwjurken, net als de veranderende verwachtingen, pasten nog niet of niet meer...

Het verbaasde me eigenlijk dat Eveline de mensen zo ver had gekregen om op deze wijze voor haar te poseren, want meestal is men toch tamelijk op zijn hoede, bang om voor schut te staan. Maar hier zie je vooral bij de jonge bruiden een aandoenlijk vertrouwen. Eveline vertelde mij, dat juist deze meisjes, zonder uitzondering, mee gingen in de droom. Ze zwijmelden weg bij de jurken; vaak hadden ze het over hoe zij wilden trouwen; groots, met heel veel kant en veel bloemen; en natuurlijk met een hele lieve leuke man; sommigen namen de trouwjurken van hun grootmoeders mee.... Van de oude bruiden vonden sommigen het prachtig om weer een mooie jurk aan te hebben. Maar anderen waren sceptisch, ze deden het voor Eveline. Maar allemaal waren ze weduwe en spraken ze over hun trouwdag. En ...... ze wilden er zo mooi mogelijk op staan.



                                                       
Zijn teja van hoften

Eerst wil ik nog iets kwijt over het woord mens, dat de titel van het jaarprogramma was. Bij ons thuis kon je met het woord mens twee kanten uit. Aan de ene kant vond mijn moeder ”Ach mens” het meest beledigende, dat je tegen haar kon zeggen. Omdat het haar tot een onduidelijke massa reduceerde, beroofd van haar individuele identiteit. Toch kwam ze ook vaak zelf met de verontschuldiging: “Ach, ik ben ook maar een mens”. Deze tentoonstelling is geconcentreerd op dat mens-zijn. Mijn werk is een registratie van mijn bestaan. To be or not to be om maar eens een beroemde uitspraak te gebruiken. Daar gaat het inderdaad allemaal over. Geboorte en dood zijn een gegeven. Daar tussenin moet je het zelf doen. Zijn is keuzes maken, actie ondernemen.

De trouwe bezoeker van de tentoonstellingsreeks een mens weet ondertussen al heel veel over mijn zijn. Mijn gedachtes over de dood, het huwelijk, kinderen hebben, afwijken van het gangbare: in uiterlijk, maar juist ook psychologisch. Het menselijke onvermogen, maar ook zijn hoop en verlangens, die hem telkens weer aanzetten tot zin in zijn. Het hele jaarprogramma vertelt niet alleen heel veel over de door mij uitgenodigde kunstenaars, maar is ook een soort zelfportret geworden en deze laatste tentoonstelling een soort groepstentoonstelling met mij zelf.

Het oudste werk op deze tentoonstelling is het werk vanitas uit 1999. Daterend van het groot grafiek project artist village, waar ik Barbara Guldenaar voor het eerst ontmoette. Een monoprint van een levensgrote liggende figuur. De aderen zijn als een stroomgebied, een deltalandschap. Niet perspectivisch weergegeven, maar van boven af geprojecteerd over een patroon van buitelende, spelende meisjes. Ook dit werk zou zelfportret kunnen heten, want zowel de grote figuur als de meisjes ben ik zelf. Net als bij het begin van de tentoonstellingsreeks met het werk van Margriet Luyten begin ik ook nu weer met de dood. Maar vanitas is voor mij vooral een ‘gedenk te leven’, niet in de zin van planning, maar een bewustzijn van het functioneren van je lichaam. Na een periode van ziekte wilde ik dat lichaam begrijpen en verdiepte me in die processen in mijn lijf, die normaal gesproken automatisch gebeuren. Los van kunnen, willen of weten. Zomaar een stukje natuur zijn.

Het meest recente werk zijn de keramische vloerbeelden, organische antropomorfe, bijna embryonale vormen, die tegelijkertijd verwijzen naar ons microscopisch binnenste. Deze grafiek en keramiek vormen zo de twee polen van het leven, de geboorte en de dood. Keramiek was het eerste materiaal, waarmee ik na de academie aan de slag ging. Ik hou van het uitstel, het geduld dat de klei van je vergt, het langzaam opbouwen, het gestaag groeiende aspect van de keramiek. De traagheid van ambachtelijke technieken creëert een soort aandacht en intensiteit. Ik ben ook meer iemand van een lange afstandswandeling dan elke dag een zelfde rondje. Zo vind ik het, ofschoon ik niet erg veel lees, altijd erg jammer als ik een goed boek uit heb, ze kunnen niet dik genoeg voor me zijn. Ik heb tijd nodig, omdat ik overal op in wil gaan. Daarom werk ik ook vaak in series en blokken. Pas na het ene helemaal veroverd te hebben stort ik me op een ander aspect, materiaal of techniek. Ik begin heel dichtbij; het eigen lichaam, mijn eigen ervaringen. Dan verken ik de wereld om me heen, in kleine kringetjes en telkens weer terugkomend bij mezelf om het te kunnen blijven snappen. Zodra ik aan een beeld begin heb ik iets om naar toe te leven. In die zin is werken voor mij noodzaak en zelfs therapeutisch.
Omdat ik op een gegeven moment hele fijne lineaire beelden wilde maken kwam ik bij het materiaal brons uit. Zo verwijzen deze beelden over onze onbewuste lichaamsprocessen vaak ook naar de buitenwereld door het plantenmateriaal waarmee ze zijn opgebouwd. Door analoge processen te laten zien wordt benadrukt dat ook wij een onderdeel zijn van het grote geheel, de natuur. In rain and tears leg ik een relatie tussen de sappen uit mijn ogen en die welke vanuit de kosmos op ons neer vallen. Ik was bloemenzaad in elkaar aan het schuiven tot een stroom druppels toen er opeens een liedje uit mijn puberteit weer in mijn kop kwam “rain and tears, all the same but in my eyes it doesn’t feel like rain................” en het beeld hoefde alleen nog maar gemaakt te worden. Vaak is mijn werk heel associatief en nauw verweven met mijn dagelijks leven en kondigt het zich heel vanzelfsprekend aan: in de moestuin, bij het snijden van de groente voor de soep, tijdens het wandelen, het inventariseren met de plantenwerkgroep of gewoon mijmerend in bed.

In het werk winterblues zijn de planten niet langer omgezet in een ander materiaal. Juist het vergankelijke versterkt de melancholie. Ieder jaar rond november/december heb ik moeite met het afscheid van de zon. Toen de kinderen klein waren zijn we een aantal keren een weekje naar een Canarisch eiland geweest. Behalve dat ik nog even naar de zomer terug kon, kwam ik iedere keer thuis met een koffer vol gedroogde cactussen en andere planten. Pas in 2008 resulteerde het in dit beeld van de stille figuur onder die grote dreigende najaarswolk.

In het werk bodybuilding on the beach speel ik met mijn schaduw om zo meer vlees op de heupen te toveren, maar het moet wel een spelletje blijven. Net als in het werk van Christian Wisse is het een statement tegen de idiotie van het hedendaagse heilig geloof in de maakbaarheid van alles, inclusief het eigen lichaam. Het ideale beeld waaraan men moet voldoen. Je moet je niet laten verleiden door de groep. Overgave aan zijn is geen passieve houding, maar vraagt juist om een duidelijke keuze, waarbij je je eigenheid bewaakt evenals de rijkdom van het onvolmaakte. Mijn werk gaat over het steeds in verwante, maar unieke vorm verschijnen van leven.

Ik hou ervan te zwerven. Niet alleen in de natuur, maar ook bij een tentoonstelling. Je laten leiden door wat je ziet. En net, zoals bij alle geleidelijke veranderingen zoals bij voorbeeld het langzaam donker worden in de schemering, moet je er de tijd voor nemen je ogen te laten wennen en geleidelijk aan ontdek je dan steeds meer. Dan kan je je ogen laten dwalen en zo van het ene gebied in het andere terecht komen. Tijdens dit verdwalen verandert de werkelijkheid in verhalen. Op eens realiseerde ik me dat verhalen eigenlijk een heel raar woord is. Je hoeft dat helemaal niet van ver te halen. Het zit namelijk juist heel dichtbij, bij iedereen........ in zichzelf. Om op die manier te kijken vraag ik wel een bepaalde bereidheid van de toeschouwer. Een bereidheid om zich daar voor open te stellen, verder te gaan, misschien zelfs een hekje over.