terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug

Herfststukje

De wereld is klein als het nevelt, geluid dringt zich meer op;
papiergeknisper, wellicht geknabbel
Van een muisje misschien?
Bromvlieg doet een ronde om mijn hoofd.
In de verte blaft een hond.
Kleine vogelkreetjes in de struiken.Niet het uitbundige gefluit van de lente.
Energiebesparing voor ze aan de grote trek beginnen? Ik zie ze niet.
De geur van al licht gistende bessen.
Opeens het wonder van een zwerm spreeuwen, dat mijn blikveld in- en uit draait.
Diegene die van rechts naar links vliegen zijn donkerder van kleur dan zij, die van links naar rechts gaan. Ik hoor een soort zoef van de vleugels of verbeeld ik me dat?
Ze intrigeren me telkens opnieuw, een cadeautje.
Een piep in mijn oor, storing van binnenuit.
En heel zacht hoor ik een ritmische donder en
even later heel duidelijk een onzichtbaar vliegtuig.

Het levendige rood van rozenbottels tussen de wit oplichtende kale dode vlier.
Een bovist als vers, wit kadetje.
Uitgebloeide bloemetjes als piepkleine sterretjes op kale takjes geprikt.
Een diep paarse paddestoel op nog geen 20 cm. afstand van een fel oranje exemplaar.
Geluidloos zwevend spinnetje, herfststukje.
De dode vlier had zijn ledematen in een cirkel om zich heen uitgestrooid.
Er staken een paar vrolijke donkerbruine tepels boven uit,
veel parasolzwammen opeens.

Het valt nog niet mee om objectief een landschap te omschrijven, zonder oordeel of projectie, los van wat je weet of vermoedt. Zó dat een ander deel neemt aan jouw ervaring van zijn.
Niet echt het individuele zijn, maar vooral van al het zijn om je heen.
Het relativeert het eigen bestaan, maar gek genoeg maakt het je ook juist heel erg bewust daarvan.

Ik was erbij in de Bewaerschole (een ruimte voor hedendaagse beeldende kunst in Burgh-Haamstede) toen Toine Horvers daar de teksten uitsprak, die hij via de telefoon doorkreeg van de door hem uitgenodigde observateurs in verband met zijn performances 'Panorama’s'.
Deze performance was een onderdeel van een serie performances ‘Verstilling in de zin van bezwering’ , die Anet van der Elzen in 2006/ 2007 als gastcurator organiseerde.

Toen Toine op de academie zat was het de tijd van conceptuele kunst, maar hij kreeg les van mensen, die zelf nog werkten volgens een soort 19e eeuws academisme van vooral goed kijken. En beide principes zijn nog steeds in zijn werk terug te vinden. Want hoewel Toine vaak strenge uitgangspunten hanteert, zijn de resultaten meestal erg impressieachtig en poëtisch en zijn de performances juist door de nagestreefde objectiviteit heel puur in hun emotionaliteit.
Hij begon in 1979 met performances op basis van experimenten met bewegingen van zijn eigen lichaam. Daarop volgde de verbinding van die bewegingen naar de letterlijke ervaring van tijd en ruimte. Later nodigde hij ook andere mensen uit om deel te nemen aan zijn performances waardoor ook zij eenzelfde sensatie van tijd en ruimte konden ervaren.
Door de jaren heen is taal steeds meer zijn inspiratiebron en materiaal geworden en gebruikt hij taal en spraak in zowel visuele als auditieve vorm. Het zijn meestal observaties van tijd en ruimte: live-performances, handgeschreven boeken, geluidsinstallaties of interactief electronische tekstdisplays.

Op Schouwen-Duiveland heeft Toine vijf personen uit de omgeving van Haamstede gevraagd om op een door hem gekozen plek aan zee, mondeling een 360 graden panorama te beschrijven. Dit gebeurde op de tijden van een lichtcyclus:
01.10 maandagavond: 23.45 - 00.15 Jaap Verseput, boer
02.10 dinsdagochtend: 07.30 - 00.08 Suzanne de Kraker, scholiere
03.10 woensdagmiddag: 11.45 -12.15 Ted Sluijter, vogelaar.
04.10 donderdagavond: 18.45 - 19.13 Elly Ingenbleek, vrijwilligster van de Bewaerschole
05.10 vrijdagavond: 23.45 - 00.15 Dirk Fluit, boswachter
Hij stond zelf in de Bewaerschole naar het noorden gericht en draaide in 36 minuten rond zijn as.Via een mobiele telefoonverbinding begeleidde hij de observant om in dezelfde tijd met hem mee te draaien terwijl hij iedere zin van de observant hardop herhaalde en zijn stem op nam op een geluidsdrager. De later uitgetypte tekst werd de zaterdagavond daarop opnieuw door de vijf observanten uitgesproken in dezelfde tijdverhoudingen.

In de week erna kon men de performances opnieuw beleven doordat er uit vijf boxen, verbonden met een Mp3 speler, gelijktijdig de verschillende stemmen te horen waren.
Hoewel Toine de geluidsgolven met het golvende landschap van de duinen associeert en er soms inderdaad sprake was van een soort eb en vloed van geluiden vond ik het toch meer een soort druppelen in een gestaag ritme. Maar door de manier waarop hij de werkelijkheid liet beschrijven en hij de tekst moest herhalen die de observateurs buiten uitspraken, waren er stiltes ontstaan waardoor de stemmen elkaar nu eens overlapten, verdichtingen ontstonden en dan weer een leegte. Omdat ik even de enige bezoeker was kon ik me goed concentreren op de verrassende verbanden, die het toeval soms schiep. Weliswaar een gestuurd toeval doordat iedereen in dezelfde tijdspanne meedraaide en dus een zelfde uitzicht beschreef, maar wel op een ander moment van de dag. Door de woorden ontstond er een nieuwe wereld, een mooie bijna meditatieve belevenis. Buiten verzameld om binnen mee door te gaan, een herfststukje.